Een bv handelt in restpartijgoederen en vraagt btw terug voor inkopen en doorverkopen aan een Franse afnemer. De inspecteur weigert de teruggaaf. Voor de aftrek van voorbelasting moet duidelijk zijn dat de goederen geleverd zijn door de op de facturen genoemde leverancier. Hoewel de facturen een bewijsvermoeden scheppen dat de bv de afnemer is, ontzenuwt de inspecteur dit. De leverancier heeft de omzetbelasting niet afgedragen en is aangemerkt als 'missing trader'.
Geen bewijs voor leveringen
De gestelde inkopen zijn contant betaald en niet te verifiëren. Kwitanties ontbreken en het geld is niet op een bankrekening gestort. Ook is niet duidelijk met wie de bv contact had bij de leverancier. De aandeelhouder van de leverancier ontkent de goederen te hebben geleverd. Foto's en e-mails zijn onvoldoende bewijs. Eén e-mail van de bv aan de leverancier lijkt zelfs te wijzen op bemiddeling in plaats van inkoop. De rechtbank concludeert dat de bv niet aannemelijk maakt dat de goederen daadwerkelijk zijn geleverd, waardoor geen recht bestaat op aftrek van de omzetbelasting.
Vervoer naar andere lidstaat?
Zelfs als de leveringen aannemelijk zouden zijn, is het nultarief voor intracommunautaire leveringen niet van toepassing. De bv maakt niet aannemelijk dat sprake is van vervoer naar een andere lidstaat. De bv stelt dat de goederen werden opgeslagen bij een opslagplaats van een derde partij. Uit onderzoek blijkt echter dat de loods in de relevante periode (juni tot en met september 2020) niet door de bv of de leverancier is gehuurd. Ook is uit de facturen niet op te maken dat het gaat om de goederen die de leverancier aan de bv zou hebben gefactureerd. De Franse afnemer haalt de goederen zelf af in Nederland. De afhaalverklaringen voldoen niet aan de vereisten, waardoor de plaats van levering in Nederland is.