Geen aftrek zonder levering

Een bv handelt in restpartijen en vraagt btw terug voor inkopen en doorverkopen aan een Franse afnemer. De inspecteur weigert de teruggaaf. De leverancier blijkt een zogenoemde missing trader die nooit aangifte heeft gedaan. De gefactureerde btw is nooit afgedragen. Het btw-nummer van de leverancier is eind 2020 ingetrokken.

Aandeelhouder ontkent betrokkenheid

De inspecteur start een derdenonderzoek bij de leverancier. De aandeelhouder blijkt in Frankrijk te wonen. Hij verklaart dat zijn bv geen activiteiten had en dat hij als aannemer in de bouw wilde gaan werken. Hij ontkent goederen aan de bv te hebben geleverd. De bv stelt dat zij via Facebook en WhatsApp heeft onderhandeld over de prijs, maar die berichten zijn niet bewaard. Alle betalingen zijn contant gedaan zonder kwitanties. Er is niets gestort op een bankrekening.

Opslag roept meer vragen op

De bv toont facturen van een opslagbedrijf als bewijs dat de goederen daadwerkelijk hebben bestaan. Uit het derdenonderzoek blijkt echter dat de loods in de relevante periode niet door de bv of de leverancier is gehuurd. Bovendien vermelden de opslagfacturen 33 pallets, terwijl het er volgens de inkoopfacturen 10 zouden zijn. De rechtbank oordeelt dat de opslagfacturen niet bewijzen dat het gaat om de goederen die op de facturen van de leverancier staan.

Bewijsvermoeden ontzenuwd

De rechtbank stelt voorop dat een factuur normaal gesproken een bewijsvermoeden oplevert. Wie een factuur ontvangt waarop hij als afnemer staat vermeld, wordt geacht de prestatie te hebben ontvangen. Maar de inspecteur kan dit vermoeden ontzenuwen en dat is hier gebeurd. De leverancier heeft de transacties ontkend en de betalingen zijn niet te verifiëren. Met wie de bv contact heeft gehad bij de leverancier is onduidelijk. De facturen hebben daardoor niet de bewijskracht die zij normaal hebben.

Ook nultarief niet van toepassing

Zelfs als de leveringen wel zouden hebben plaatsgevonden, zou de bv geen recht hebben op teruggaaf. Voor de verkoop aan het Franse bedrijf heeft zij het nultarief toegepast.De Franse afnemer haalt de goederen zelf af in Nederland. Omdat de afhaalverklaringen niet voldoen aan de vereisten, vond de levering al in Nederland plaats. Het nultarief is dan niet van toepassing. De Franse afnemer blijkt overigens nooit btw-aangifte te hebben gedaan en is strafrechtelijk vervolgd.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:3679 | 07-05-2026

Over de auteur:

Henk Jan studeerde fiscaal recht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij is een eigenwijze gepassioneerde specialist met een geheel eigen aanpak. Recht door zee, to the the point en analytisch sterk. Henk Jan heeft ruime ervaring in de BTW-praktijk en heeft in 2006 BTW Nederland opgericht.

Geen aftrek zonder levering

Een bv handelt in restpartijgoederen en vraagt btw terug voor inkopen en doorverkopen aan een Franse afnemer. De inspecteur weigert de teruggaaf. Voor de aftrek van voorbelasting moet duidelijk zijn dat de goederen geleverd zijn door de op de facturen genoemde leverancier. Hoewel de facturen een bewijsvermoeden scheppen dat de bv de afnemer is, ontzenuwt de inspecteur dit. De leverancier heeft de omzetbelasting niet afgedragen en is aangemerkt als 'missing trader'.

Geen bewijs voor leveringen 

De gestelde inkopen zijn contant betaald en niet te verifiëren. Kwitanties ontbreken en het geld is niet op een bankrekening gestort. Ook is niet duidelijk met wie de bv contact had bij de leverancier. De aandeelhouder van de leverancier ontkent de goederen te hebben geleverd. Foto's en e-mails zijn onvoldoende bewijs. Eén e-mail van de bv aan de leverancier lijkt zelfs te wijzen op bemiddeling in plaats van inkoop. De rechtbank concludeert dat de bv niet aannemelijk maakt dat de goederen daadwerkelijk zijn geleverd, waardoor geen recht bestaat op aftrek van de omzetbelasting.

Vervoer naar andere lidstaat?

Zelfs als de leveringen aannemelijk zouden zijn, is het nultarief voor intracommunautaire leveringen niet van toepassing. De bv maakt niet aannemelijk dat sprake is van vervoer naar een andere lidstaat. De bv stelt dat de goederen werden opgeslagen bij een opslagplaats van een derde partij. Uit onderzoek blijkt echter dat de loods in de relevante periode (juni tot en met september 2020) niet door de bv of de leverancier is gehuurd. Ook is uit de facturen niet op te maken dat het gaat om de goederen die de leverancier aan de bv zou hebben gefactureerd. De Franse afnemer haalt de goederen zelf af in Nederland. De afhaalverklaringen voldoen niet aan de vereisten, waardoor de plaats van levering in Nederland is.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:3679 | 07-05-2026

Over de auteur:

Henk Jan studeerde fiscaal recht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij is een eigenwijze gepassioneerde specialist met een geheel eigen aanpak. Recht door zee, to the the point en analytisch sterk. Henk Jan heeft ruime ervaring in de BTW-praktijk en heeft in 2006 BTW Nederland opgericht.
Ga naar de bovenkant