Een onderneming verkoopt magische truffels die psychoactieve stoffen bevatten en bij consumptie psychedelische effecten geven. Deze truffels vallen niet onder de Opiumwet en kunnen vrij worden verhandeld. De onderneming voldoet btw naar het algemene tarief, maar maakt bezwaar. Zij is van mening dat het verlaagde tarief voor voedingsmiddelen van toepassing zou moeten zijn. De Belastingdienst vindt dat magische truffels vanwege hun hallucinerende werking als genotmiddelen moeten worden aangemerkt en onder het algemene btw-tarief vallen. 

De Hoge Raad benadrukt dat de Nederlandse bepalingen over het verlaagde btw-tarief moeten worden uitgelegd in overeenstemming met de btw-richtlijn. Het Hof van Justitie heeft in een eerder arrest geoordeeld dat "levensmiddelen voor menselijke consumptie" betrekking hebben op producten met voedingsstoffen die dienen voor de opbouw, energievoorziening en regulering van het menselijk organisme, en die worden geconsumeerd om die stoffen toe te dienen. Een product dat geen of een volstrekt te verwaarlozen hoeveelheid voedingsstoffen bevat en waarvan de consumptie uitsluitend andere effecten beoogt dan die welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het menselijk organisme, valt niet onder deze categorie.

Magische truffels kunnen vanwege hun psychedelische effecten slechts in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd. Daardoor is de inname van noodzakelijke voedingsstoffen verwaarloosbaar. Bovendien worden de truffels uitsluitend geconsumeerd voor een ander doel dan het innemen van noodzakelijke voedingsstoffen. De Hoge Raad oordeelt daarom dat magische truffels niet onder het verlaagde tarief vallen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel, gebaseerd op eerdere arresten over paddenstoelen, faalt. Magische truffels (sclerotia) zijn anders dan de in die zaken bedoelde paddenstoelen (vruchtlichamen van een zwam).

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:450 | 09-04-2026