Een ondernemer krijgt een naheffingsaanslag omzetbelasting en twee verzuimboetes opgelegd. Nadat de ondernemer alsnog een nihilaangifte indient, vernietigt de inspecteur de naheffingsaanslag en de betaalverzuimboete. De ondernemer maakt bezwaar tegen de resterende aangifteverzuimboete van € 68. Hij beroept zich hierbij op het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel.
Geen vooraankondiging
Het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel houdt in dat de inspecteur degene tot wie een bepaald besluit is gericht, de gelegenheid moet bieden zijn standpunt naar behoren kenbaar te maken voordat dat besluit wordt genomen. De inspecteur bevestigt dat bij het opleggen van een verzuimboete geen vooraankondiging wordt gestuurd. De systemen van de Belastingdienst zijn hier niet op ingericht en er zijn onvoldoende middelen om dit anders in te richten.
Geen boete
De rechtbank oordeelt dat deze beperkingen geen excuus zijn voor de schending van het verdedigingsbeginsel. Schending leidt alleen tot vernietiging van de boete als het besluitvormingsproces van de inspecteur zonder die schending een andere uitkomst zou kunnen hebben gehad. Nu zowel de naheffingsaanslag als de betaalverzuimboete vernietigd zijn, kan niet geoordeeld worden dat een andere afloop niet mogelijk was. Daarom vernietigt de rechtbank ook de aangifteverzuimboete.