Een man koopt samen met zijn partner een villa met een inpandige ruimte, die voorheen als huisartsenpraktijk werd gebruikt. Over de gehele aankoopsom betalen zij overdrachtsbelasting tegen het verlaagde tarief van 2%. De inspecteur legt later een naheffingsaanslag op, omdat hij vindt dat de praktijkruimte geen onderdeel is van de woning en daarom niet voor het verlaagde tarief in aanmerking komt.

De inspecteur betoogt dat de praktijkruimte geen aanhorigheid kan zijn, omdat deze zich binnen de muren van de villa bevindt en oorspronkelijk een niet-woningfunctie had. Volgens hem blijven beperkte aanpassingen of het gebruik door de nieuwe eigenaar onvoldoende om dit te wijzigen. Ook wijst hij op de oorspronkelijke bestemming van de ruimte.

Het Hof wijst het hoger beroep van de inspecteur af. Anders dan de inspecteur meent, kan een aanhorigheid zich ook binnen de buitenmuren van een gebouw bevinden. Het hof stelt vast dat de praktijkruimte functioneel en feitelijk bij de woning hoort, daarbij in gebruik is en daaraan dienstbaar is. Het maakt niet uit dat de ruimte binnen de muren van de villa ligt of oorspronkelijk een andere bestemming had. Het verlaagde tarief is van toepassing.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2026:3198 | 18-05-2026