Een Duitse evenementenorganisator verricht diensten in Nederland voor twee Duitse afnemers. De vraag is of deze prestaties voor de omzetbelasting als één samengestelde dienst moeten worden gezien, of als meerdere zelfstandige diensten. Waar is de btw dan verschuldigd?
Evenement
Een Duitse evenementenorganisator verricht in 2019 diensten in Zandvoort voor twee Duitse afnemers. Voor de eerste afnemer werden diensten ingekocht en doorgefactureerd na individuele goedkeuring. Voor de tweede afnemer werd een integrale racetraining georganiseerd en op één factuur gefactureerd. De organisator betaalt in Nederland geen btw. Wel vraagt zij de aan haar in rekening gebrachte btw terug. De inspecteur besluit na te heffen. Hij is van mening dat er sprake is van zelfstandige, afzonderlijke diensten, die belastbaar zijn in Nederland.
Zelfstandig
Het hof oordeelt dat de diensten aan de eerste afnemer inderdaad als afzonderlijke prestaties moeten worden beschouwd. De diensten zijn afzonderlijk gefactureerd en de afnemer moest voor elke inkoop individueel goedkeuring verlenen. Dit wijst op een zelfstandig belang per prestatie. De plaats van dienst is daarom in Nederland gelegen.
Samengesteld
Voor de diensten aan de tweede afnemer oordeelt het hof anders. De organisator reikte één factuur uit en nam de integrale organisatie van een op maat samengesteld race-evenement op zich. De elementen zijn dermate nauw verbonden dat zij economisch gezien een ondeelbare dienst vormen. Ondanks de uitsplitsing op de factuur, is het maatwerk gericht op één totaalevenement. Aangezien de afnemer een in Duitsland gevestigde ondernemer is, wordt de dienst geacht in Duitsland te zijn verricht. De naheffingsaanslag is voor dit deel ten onrechte opgelegd.
Geen cassatie
De staatssecretaris van Financiën gaat niet in cassatie. Hij is van mening dat een andere uitleg begrijpelijker zou zijn, maar acht het door het hof gegeven oordeel niet onbegrijpelijk. De waardering van de bewijsmiddelen is geen taak van de Hoge Raad.