Een effectenhandelaar wil een groter deel van de voorbelasting op zijn algemene kosten in aftrek brengen. Die kosten maakt hij deels voor vrijgestelde financiële diensten en deels voor andere diensten. Voor de vrijgestelde diensten heeft hij alleen recht op btw-aftrek als de klant buiten de EU is gevestigd. Maar hoe bepaal je dat, als je duizenden transacties per dag doet en je klanten niet kent? De Hoge Raad geeft ruimte voor een praktische oplossing.
Handel zonder gezicht
Een vennootschap handelt in financiële producten op elektronische beurzen wereldwijd. Zij zorgt ervoor dat beleggers altijd kunnen kopen en verkopen door continu prijzen af te geven. De vennootschap verdient aan het verschil tussen aan- en verkoopprijzen. Het bijzondere: zij weet niet wie haar klanten zijn. De transacties verlopen anoniem via het handelssysteem. Normaal gesproken is er geen recht op btw-aftrek bij vrijgestelde financiële diensten. Voor zover de klanten buiten de EU gevestigd zijn, mag de btw op de kosten echter wel worden teruggevraagd.
Een onmogelijke opgave?
De vennootschap had eerder afspraken gemaakt met de Belastingdienst over de berekening van haar btw-aftrek. Die afspraken liepen af. De vennootschap wil nu ook vergoedingen van buitenlandse dochtermaatschappijen meetellen bij de berekening. Dat zou haar aftrek verhogen. De inspecteur weigert echter om die vergoedingen mee te tellen. Het hof oordeelt vervolgens dat de vennootschap onvoldoende cijfers heeft aangeleverd om haar aftrek te berekenen volgens de wet. Bovendien is onduidelijk of de gebruikte methode – kijken naar het totale handelsresultaat in plaats van naar losse transacties – wel is toegestaan.
Kijken naar het totaalplaatje mag
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de methode van de vennootschap wel had moeten beoordelen. Die methode is gebaseerd op Europese rechtspraak over valutahandel: als je geen aparte vergoeding per transactie ontvangt, mag je uitgaan van je totale handelsresultaat over een periode. De Hoge Raad oordeelt dat dit ook kan gelden voor effectenhandel, mits de omstandigheden vergelijkbaar zijn. Wat betreft de vraag waar de klanten gevestigd zijn: als het onmogelijk is om per klant de vestigingsplaats vast te stellen, mag je werken met redelijke schattingen. Voorwaarde is wel dat de gegevens nauwkeurig, betrouwbaar en actueel zijn.