Een man koopt in december 2021 het economisch eigendom van een woning van zijn ouders. Hij huurt de woning op dat moment al en sluit een hypothecaire lening af bij zijn ouders. De man betaalt € 10.060 aan overdrachtsbelasting, uitgaande van het verlaagde tarief van 2%. De inspecteur legt in oktober 2025 een naheffingsaanslag op van € 30.180, omdat volgens hem het algemene tarief van 8% van toepassing is.

Geschil over tarief

De man is het niet eens met de naheffingsaanslag. Hij stelt dat de aanslag niet tijdig is opgelegd en dat hij recht heeft op het verlaagde tarief van 2%. Hij beroept zich op de doelstelling van de wetswijziging die per 1 januari 2025 ingaat, het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het lex mitior-beginsel. De inspecteur stelt dat de naheffingsaanslag terecht en tijdig is opgelegd.

Naheffingstermijn

De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag tijdig is opgelegd. De belastingschuld ontstond op 14 december 2021. Voor de verkrijging van economisch eigendom geldt een naheffingstermijn van twaalf jaar. Deze termijn verstrijkt pas op 14 december 2033. De overdrachtsbelasting is een tijdstipbelasting. Op het moment van verkrijging in 2021 gold volgens de wet het algemene tarief van 8%. De wet sloot het verlaagde tarief van 2% uitdrukkelijk uit voor de verkrijging van economisch eigendom.

Geen terugwerkende kracht 

De wetswijziging per 1 januari 2025, die de regels voor economisch eigendom versoepelt, heeft geen terugwerkende kracht. De wetgever heeft dit niet expliciet geregeld. De Memorie van Toelichting bevestigt dit. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Hoewel het aangifteformulier het 8%-tarief niet expliciet vermeldde, stond er ook geen 2%-tarief. De man had zelf onderzoek moeten doen. Ook het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen. De situatie van de man (alleen economisch eigendom) was in 2021 feitelijk en rechtens anders dan de situatie van volledige eigendom. 

Lex mitior

Het lex mitior-beginsel houdt in dat als de wet voorziet in de oplegging van een lichtere straf, de overtreder daarvan dient te profiteren. Het beroep op het lex mitior-beginsel slaagt niet, omdat de naheffing van overdrachtsbelasting geen bestraffing betreft.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:26081 | 28-08-2026