Twee medewerkers van een bv zijn bij hun vorige werkgever al eens gewaarschuwd door de Belastingdienst over de risico’s van btw-fraude in de metaalhandel. Jaren later start de FIOD een strafrechtelijk onderzoek naar btw-carrouselfraude, waarbij Nederlandse bedrijven metaal leveren aan Britse afnemers. De bv waar deze twee nu werken, is een van de verdachten. Uit dit onderzoek blijkt dat de bv metaal levert aan diverse Britse vennootschappen. De inspecteur concludeert dat de bv wist of had moeten weten dat zij deel uitmaakte van handelsketens waarin btw-fraude plaatsvond. Daarom legt de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op.
Fraude in de handelsketen
De bv betwist de naheffingsaanslag. Zij stelt dat, zelfs als er fraude is gepleegd door de Britse afnemers, dit niet in de handelsketen met haar gebeurt. De waarschuwingsbrief uit 2013 is volgens de bv niet relevant, omdat deze aan een andere onderneming is gericht. Ook voert zij aan dat externe professionals en een kredietverzekeraar geen aanwijzingen voor fraude hebben gevonden. Het afleveren op een ander adres dan het vestigingsadres is volgens hen normaal. De afnemer is immers een tussenhandelaar die kan volstaan met een postadres.
Know your customer
Het hof benadrukt dat het nultarief geweigerd mag worden als een ondernemer wist of had moeten weten dat hij deelnam aan btw-fraude. Van een professionele handelaar in risicogoederen zoals schroot mag extra zorgvuldigheid worden verwacht. De kennis van de twee medewerkers over btw-fraude, opgedaan bij een eerdere werkgever, is relevant. Het hof constateert dat de bv nauwelijks ‘know your customer’ (KYC) onderzoek heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de bv wist of behoorde te weten dat btw-fraude plaatsvond in de handelsketens waarvan zij deel uitmaakte.