Een man doet tussen 2018 en 2022 aangiften omzetbelasting. Hij geeft geen omzet aan en vraagt in al die jaren teruggave van belasting. Na een boekenonderzoek stelt de Belastingdienst vast dat de man ten onrechte omzetbelasting heeft opgevoerd als vooraftrek. Dit leidt tot een naheffingsaanslag over de genoemde jaren. De man is het hier niet mee eens en beroept zich op het vertrouwensbeginsel. Hij heeft circa 35 jaar geleden afspraken gemaakt met de Belastingdienst over het zakelijk gebruik van delen van zijn privéwoning. Daarbij worden zijn aangiften al jarenlang gevolgd.

De rechtbank oordeelt dat de door de man gestelde afspraken met de Belastingdienst niet concreet zijn onderbouwd. De man maakt niet duidelijk wat deze afspraken precies inhouden en heeft verder geen bewijs geleverd dat er daadwerkelijk dergelijke afspraken zijn gemaakt. Het volgen van aangiften door de Belastingdienst schept op zichzelf geen rechtens te beschermen vertrouwen, tenzij bijkomende omstandigheden aannemelijk maken dat de inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2025:26208 | 21-07-2025