Een fiscale eenheid (fe) dient gedurende een periode van bijna twee jaar elf maandaangiften omzetbelasting in. In deze aangiften vraagt zij ruim € 3 miljoen aan btw terug. De inspecteur vraagt meermaals om extra informatie, zoals transportdocumenten en betalingsbewijzen, maar de fe reageert enkel met facturen en overeenkomsten van verrekening. De inspecteur begint te twijfelen aan de leveringen en vermoedt btw-fraude bij de ondernemers waarmee de fe zaken zou hebben gedaan.
Geen levering
De inspecteur wijst erop dat de btw die de leveranciers afdragen een fractie is van wat het zou moeten zijn. Ook zijn btw-nummers ingetrokken of zijn bedrijven ontbonden. Het politieonderzoek toont diverse onregelmatigheden aan. Zo ontbreken weegbonnen en transportdocumenten. Er zijn aanwijzingen dat goud- en kabelleveringen niet of niet in de voorgestelde omvang hebben plaatsgevonden. Dit komt mede doordat de winstmarge op goud nihil is en de doorverkoop niet zichtbaar is. Ook zijn er ‘katvangers’ betrokken die niets van de handel weten en valse handtekeningen zetten. Transportondernemingen ontkennen de transporten te hebben uitgevoerd en stempels op documenten zijn niet van hen. Sommige afleveradressen zijn virtuele kantoren.
Geen aftrek
Bij het hof stelt de fe dat zij in bewijsnood verkeert door het langdurige handelen van de inspecteur en de inbeslagname van haar administratie in het strafrechtelijk onderzoek. Het hof vindt dit niet aannemelijk. De inbeslagname van de administratie vond plaats nadat de inspecteur al om informatie had gevraagd. Ook het argument dat de inspecteur te lang wachtte met vragen stellen, verwerpt het hof. De inspecteur vroeg voor de meeste aangiften binnen een jaar om aanvullende informatie.
De fe stelt dat de self-billing facturen (facturen die de afnemer zelf opstelt voor de leverancier) en de verrekeningsovereenkomsten voldoende bewijs vormen voor de leveringen van metalen. Het Hof oordeelt echter anders. Zelf opgestelde facturen en overeenkomsten van verrekening, ondertekend door katvangers, zijn onvoldoende. Bovendien ontbreekt ondersteunende documentatie over transport, herkomst en kwaliteit van de goederen. Verhoren en bewijsmaterialen uit het strafrechtelijk onderzoek versterken het vermoeden dat geen echte leveringen hebben plaatsgevonden.