Een fietsenmaker levert bij iedere verkoop van een fiets een onderhoudspakket in de vorm van een servicekaart. De servicekaart geeft recht op drie servicebeurten, waarvan de eerste gratis is en de volgende twee tegen bijbetaling van alleen de arbeidskosten. Dit pakket wordt apart gemeld op de factuur en de fietsenmaker past hierop het verlaagde btw-tarief toe, omdat het gaat om arbeid voor het herstellen van fietsen.
Samengestelde prestaties
De inspecteur vindt dat de fietsenmaker het algemene btw-tarief moet toepassen op het onderhoudspakket. Volgens hem is er geen sprake van een aparte prestatie naast de levering van de fiets. De inspecteur stelt dat het onderhoudspakket een bijkomende prestatie is bij de fiets, omdat de klant er niet zelf voor kiest.
Afzonderlijke prestaties
Uit de combinatie van de factuur en de servicekaart blijkt volgens het hof dat er sprake is van twee afzonderlijke prestaties, waarvoor aparte vergoedingen zijn overeengekomen. De fietsenmaker verkoopt ook fietsen zonder servicekaart via de webshop en hij biedt ook losse onderhoudsbeurten aan. Dit toont aan dat beide prestaties een eigen doel hebben voor de klanten.