Een ondernemer drijft in de jaren 2016 tot en met 2018 een eenmanszaak. Over deze periode zijn naheffingsaanslagen btw opgelegd. De ondernemer is aangemerkt als gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire en heeft om die reden een herstelmaatregel ontvangen. Op 27 augustus 2024 verleent de ontvanger kwijtschelding voor de openstaande belastingschulden. De ondernemer is het eens met de kwijtschelding van de belastingschulden. Wel stelt hij dat de bedragen van de naheffingsaanslagen, en daarmee de kwijtgescholden belastingschulden, niet tot de juiste hoogte zijn vastgesteld.

Integraal kwijtgescholden

De rechtbank overweegt dat de ontvanger niet meer kon doen dan de bedragen van de vaststaande aanslagen kwijtschelden. Dat de ondernemer het niet eens is met, kort gezegd, hoe hoog de bedragen waren die zijn kwijtgescholden, kan hem in deze procedure niet baten. De verschuldigde bedragen zijn vastgesteld bij naheffingsaanslagen. Na het opleggen van deze aanslagen had de ondernemer de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de hoogte ervan. De naheffingsaanslagen staan inmiddels vast. De ontvanger heeft deze vaststaande bedragen integraal kwijtgescholden. Op de zitting heeft de ondernemer erkend dat de ontvanger ook niet meer had kunnen doen.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:8023 | 19-08-2026