BTWijzer

PDF september 2011
BTWijzer (nieuwsbrief BTW Nederland)


Een onsje meer BTW!

Gezien alle bezuinigingen wordt gezocht naar mogelijkheden voor extra schatkistopbrengsten. In dat kader wordt ook nagedacht over verhoging van de BTW-tarieven. De extra opbrengst van een kleine BTW-verhoging is substantieel en geeft gelijk het belang van de BTW voor de schatkist aan. Het belang van een goede BTW-inrichting cq planning zal de komende jaren dus alleen maar gaan toenemen gezien de financile druk op de overheidsmiddelen. Er moet dus rekening worden gehouden met extra aandacht van de Belastingdienst op onder meer het gebied van belastbaarheid van subsidies en het benutten van het aftrekrecht. Met name bij non-profitinstellingen en de overheid spelen deze elementen een belangrijke rol.

Maar ook elke andere ondernemer heeft baat bij voldoende besef van de BTW-kansen en risico’s in de markt. Deze BTWijzer geeft daarvan slechts een eenvoudige dwarsdoorsnede, waaruit echter wel blijkt dat de BTW nagenoeg alle facetten raakt van het dagelijks leven. Dat is wat BTW dan ook zo boeiend maakt. Op netwerk-bijeenkomsten treffen wij nog wel eens verbaasde blikken over ons vak. Om aansluiting te krijgen zeg ik dan vaak: “Vertelt u eens wat over uw onderneming, dan zal ik vertellen over uw BTW-kansen en risico's”. Dat leidt tot interessante gesprekken. Wij wensen u veel toegevoegde waarde!


Dieren, voeding en BTW
Wijziging wet- en regelgeving

In Nederland geldt het verlaagde BTW-tarief van 6% bij de levering van dieren bestemd voor voedingsmiddelen, zoals voor de levering van rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden. Het Hof van Justitie EG heeft echter recent bepaald dat paarden uitsluitend onder het verlaagde BTW-tarief kunnen worden gebracht, indien de levering met het oog op slacht is.

Als reden wordt daarvoor aangegeven, dat “paarden gewoonlijk en in het algemeen niet bestemd zijn voor gebruik bij de bereiding van levensmiddelen”. De wetgever bereidt een wetswijziging voor, met verwachte ingangsdatum medio 2011. Daarbij geldt het verlaagde BTW-tarief uitsluitend nog voor “levende dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of productie van voedingsmiddelen”. Levering van niet-slachtpaarden is dan belast met 19% BTW.


Verhuur van lig & staanplaatsen
Rechtspraak: Hoge Raad

In Nederland geldt een verlaagd BTW-tarief (6%) voor het kamperen op campings. De Hoge Raad heeft in een recente zaak aangegeven dat dit verlaagde tarief echter niet geldt voor overnachting op een pleziervaartuig in een passantenhaven. Een pleziervaartuig heeft als doel zich op recreatieve wijze te verplaatsen, wat een heel ander karakter is dan bij een tent of caravan.

De uitkomst van deze procedure is ongunstig voor de exploitant, omdat de verhuur van de betreffende ligplaatsen blijkt te vallen onder het begrip “parkeerruimte voor voertuigen”.

Parkeerruimte voor voertuigen
Bij parkeerruimte vormt het vastgoed een belangrijk onderdeel van de prestatie. Toch is er geen sprake van BTW-vrije verhuur van vastgoed, omdat deze prestatie is uitgezonderd van de vrijstelling en is belast met het normale tarief van 19%. In een ander arrest bepaalde het Hof van Justitie EG namelijk al eens dat het ter beschikking stellen van ligplaatsen voor schepen, ook valt onder de definiti van “parkeerruimte voor voertuigen” en dus belast is.

Tot slot, ook op het verhuren van (winter)stalling voor caravans of auto’s is voorgaande van toepassing en is dus belast met 19% BTW.

Tijdigheid aftrekrecht bij vermogensetikettering
Rechtspraak: Hoge Raad

Nieuwe koers tijdigheid aftrekrecht! BTW op kosten dient te worden afgetrokken in het aangiftetijdvak waarin de factuur is uitgereikt. BTW die niet tijdig op aangifte is verrekend kan alleen nog via een suppletie worden verwerkt, hetgeen niets anders is dan een ambtshalve herziening.

Inmiddels heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen. Een ondernemer liet een woning bouwen. De BTW van de bouwkosten werd niet in de betreffende tijdvakken verrekend, maar pas in het tijdvak van ingebruikname van de woning. De Hoge Raad heeft nu beslist, in tegenstelling tot de eerdere binnenlandse rechtspraak, dat in deze situatie ook de BTW uit eerdere tijdvakken kan worden verrekend.

Bij dit belangrijke arrest gelden wel een aantal kanttekeningen. In voormelde situatie betrof het de aanschaf van een goed met een bepaalde doorlooptijd en meerdere termijnfacturen, zoals vaak het geval bij de aanschaf van onroerende zaken. In geval van de aanschaf van een goed dat direct aan u wordt (af)geleverd met bijbehorende factuur, zal in dat tijdvak in beginsel ook de BTW moeten worden verrekend. Dit geldt eveneens voor facturen voor dienstverlening, daar er dan geen sprake is van de aanschaf van een goed.


Verlaging overdrachtsbelasting woningen
Wetsvoorstel: Tijdelijke regeling

Vanaf 15 juni 2011 geldt een verlaagd overdrachtsbelasting-tarief van 2% bij verkrijging van woningen. De regeling is vooralsnog tijdelijk en geldt tot 1 juli 2012. De tegemoetkoming geldt uitsluitend voor woningen, ondergrond, tuin en aan- horigheden zoals garages, schuren. De regeling geldt niet voor losse grond.

Recreatiewoningen kunnen wel gebruik maken van de regeling. Ook een aan een particulier verhuurde (recreatie)woning valt onder de regeling. Als een pand slechts deels voor bewoning wordt gebruikt dan geldt de tegemoetkoming uitsluitend voor het woongedeelte. Als het gebruik voor bewoning echter 90% of meer is, dan geldt de regeling voor het geheel.Vanaf 15 juni 2011 komt ten onrechte betaalde belasting, in aanmerking voor teruggaaf.


Wanneer oude goederen nieuw worden!
Rechtspraak: Hoge Raad

Inleiding
In BTW-land speelt regelmatig de vraag of er een zogenoemde vervaardiging heeft plaatsgevonden. Het hierdoor ontstaan van een nieuw goed kan onder meer leiden tot een zogenoemde integratieheffing. Zoals eerder in deze nieuwsbrief gemeld, heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie EG. Hier behandelen we een ander recent arrest van de Hoge Raad inzake de vraag of er een nieuw goed is vervaardigd.

Historie nieuw of oud
Op 14 mei 1985 kwam het Hof van Justitie EG in het arrest Van Dijk’s Boekhuis tot de beslissing dat herstel van een “oud” schoolboek niet leidt tot een “nieuw” boek. Zij overwoog daarbij vrij vertaald: “Een nieuw goed ontstaat wanneer door bewerkingen een goed ontstaat met een andere functie dan de verstrekte materialen hadden. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, hoe ingrijpend ook, leiden niet tot een nieuw goed als de functie van het goed ongewijzigd blijft.”

Elementen die in de nationale rechtspraak na Van Dijk’s Boekhuis een rol speelden waren onder meer: ingrijpendheid van de bewerkingen en hoogte van de kosten. Dat functieverandering daarbij niet altijd als meest relevant aspect gold, was verbazingwekkend gezien het arrest Van Dijk’s Boekhuis.

Hoge Raad: in wezen nieuwbouw?
Recent heeft de Hoge raad een arrest gewezen waarin zij de criteria inzake vervaardigen scherper stelt. Of dat tot meer duidelijkheid leidt is nog de vraag, maar dat zal de toekomst moeten uitwijzen. In de betreffende zaak betrof het een verbouwing van een woonwinkelpand in een kinderdagverblijf. Uit het arrest blijkt dat het uiterlijk van het pand ook na de verbouwing nagenoeg onveranderd was gebleven. De Hoge Raad overweegt in dezelfde strekking als het Hof van Justitie in Van Dijk’s Boekhuis: “Dat van vervaardiging sprake is als een goed wordt voortgebracht dat tevoren niet bestond”. Vervolgens geeft zij echter vrij vertaald aan dat: “Bij onroerende zaken is van vervaardiging pas sprake als in wezen nieuw-bouw heeft plaatsgevonden”.

(On)duidelijkheid?
Bij deze nieuwe formulering lijkt de Hoge Raad afstand te nemen van het criterium functieverandering uit het arrest Van Dijk's Boekhuis. Er wordt in de commentaren op dit arrest verondersteld dat de Hoge Raad zich mede heeft laten leiden door een arrest van het Hof van Justitie EG inzake het vervaardigen van een dier. Wij vragen ons af of dat wel terecht is. Naar onze mening staat het criterium “functieverandering” uit Van Dijk’s Boekhuis nog steeds overeind. Het arrest van de Hoge Raad wijkt naar onze mening juist af van het heldere criterium van het Hof van Justitie. In de praktijk is echter een ieder gewaarschuwd!! We zullen het voorlopig moeten doen met het in wezen nieuwbouw-criterium.


Kamervragen inzake sportaccommodaties
Wijziging beleid

Kamervragen BTW en sport
Het geven van gelegenheid tot sportbeoefening (verhuur+) valt onder het lage BTW-tarief (6%). Deze post is in 2002 in de wet gekomen. De grondslag voor toepassing van deze post ligt in een arrest van het Hof van Justitie EG over een golfclub in Zweden. Een toelichting op de tabelpost was opgenomen in het besluit over tabel I. Vanwege de belastbaarheid van de prestaties met BTW, bestaat recht op aftrek van voorbelasting op investeringen en onderhoud. Over de toe-passing van deze post zijn recent Kamervragen gesteld.

Kern van de reactie van de Staatssecretaris is:
1. Er komt meer eenduidig beleid over BTW en sport;
2. Voor gemeenten wordt het eenvoudiger om verhuur+ aan te bieden;
3. BTW op sportaccommodaties valt niet onder het BTW-compensatiefonds;
4. Bestrijding van misbruik in geval van niet reële situaties.


Sportaccommodatie? Zoek het verschil!

Een “kustmarathon” waarbij de sporters een voorgeschreven route op het strand volgen, kwalificeert volgens de rechtbank als een sportaccommodatie. De infrastructuur is voldoende gereserveerd voor de sportbeoefening om te kunnen spreken van een sportaccommodatie.

Het maakte in dit geval niet uit dat er tegelijkertijd ook recreërende strandgasten zijn. Daarentegen besliste het Gerechtshof dat het ter beschikking stellen van ruiterpaden voor georganiseerde buitenritten te paard niet kwalificeert als een sportaccommodatie. Juist omdat de ruiterpaden ook toegankelijk zijn voor andere ruiters, voetgangers en fietsers.


Nieuwe regels correctie privégebruik auto m.i.v. 1 juli 2011
Nieuw beleid

Op 1 juni 2011 heeft Rechtbank Haarlem uitgesproken dat het onderscheid tussen milieuvriendelijke en milieuonvriendelijke auto’s met betrekking tot de BTW correctie privégebruik discriminerend is. Dit zou kunnen betekenen dat er in zijn geheel geen correctie privégebruik auto van de zaak kan plaatsvinden. De laagste categorie is immers 0%, bij de zogenoemde zero emissie auto’s.

De Staatssecretaris was echter niet van plan om op de uitkomst te wachten en kondigde in zijn brief aan de Tweede Kamer van 17 juni 2011 al direct aan dat de wet per 1 juli 2011 zou worden aangepast. Uit de brief bleek onder andere dat:
1. Geen onderscheid meer wordt gemaakt voor de BTW correctie privé gebruik auto's tussen ondernemers en werknemers;
2. Voor BTW correctie privé gebruik geen aansluiting meer bij LB/IB;
3. Woon-werkverkeer wordt voor de BTW als privé behandeld;
4. De Staatsecretaris een nog nader vast te stellen forfaitair percentage voor 1 juli zal vaststellen.

Dit forfaitaire percentage is in het besluit van 29 juni 2011 vastgesteld op 2,7% van de catalogusprijs (incl. BTW en BPM) van de betreffende auto. De behandeling blijft voorts hetzelfde als in de huidige situatie, hetgeen betekent dat er in beginsel alle BTW op de gemaakte autokosten in aftrek kan worden gebracht voor zover er recht op aftrek bestaat door vervolgens het privégebruik in het laatste belastingtijdvak weer aan te geven. In beginsel zal deze regeling ook voor bestelauto’s gaan gelden, maar aangekondigd is al dat er een nieuwe regeling zal worden getroffen welke gelijksoortig zal zijn aan de huidige regeling.


Terug naar het overzicht


Logo Detail